Over hoe de hoogbegaafdheidsmicrobe mij te pakken kreeg.
Regelmatig krijg ik wel eens de vraag vanwaar mijn interesse in hoogbegaafdheid komt. Een dik jaar geleden schreef ik dit al eens neer en vandaag deel ik mijn verhaal graag nog een keer met jullie.
Hoe het allemaal begon…
Toen onze dochter in de derde kleuterklas zat, ging het helemaal mis. Na de kerstvakantie begon elke dag met ochtendlijk tegenpruttelen om naar school te gaan. ‘Ach, dat gebeurt overal wel eens, dat gaat weer over’, dachten we. Later kwamen daar naschoolse woede-uitbarstingen bij. Van zodra school uit het zicht was, ontplofte er iets in ons kind. Niets van wat mijn man en ik zeiden of deden, leek hier enig soelaas te bieden. Uiteindelijk kwamen er ook de moeilijke nachten bij. Onze dochter sliep nooit voor 22u in. Telkens vertelde ze ons dat ze gewoon niet moe was. Mijn man en ik hadden geen idee wat er aan de hand was, maar gingen op zoek. Een gesprek met de juf leerde ons dat onze dochter zich steeds voorbeeldig gedroeg op school. Een beetje stil was ze wel, maar verder leek alles in orde: ze speelde heel vaak in de poppenhoek en werkte aan haar ‘moetjes’, weliswaar aan een traag tempo. Wacht even, onze dochter thuis haat poppen! En thuis werkt ze spontaan in een boekje van het eerste leerjaar aan een normaal tempo! Dat was voor ons heel vreemd: die werkblaadjes in de derde kleuterklas zouden voor haar peanuts moeten zijn. Nog meer vragen in onze hoofden, maar we ploeterden verder. Tot op een dag in april de juf ons aansprak: ze had een uitdagende tekenopdracht gegeven aan de klas en onze dochter tekende plots een heel gedetailleerd tafereel, iets wat de juf niet onmiddellijk verwachtte van laatstejaars kleuters. Ze zei dat het haar deed denken aan een ander kind dat ze kende: een jongen die zich op school helemaal anders gedroeg dan thuis en moeite had met in slaap vallen. Deze jongen bleek hoogbegaafd te zijn. De juf stelde voor dat wij ook eens in die richting zochten.
Zoveel boeken, webinars, begeleiding en opleiding later…
Ondertussen zijn we een aantal jaren verder. Het zijn jaren geweest van intensief bijleren over wat hoogbegaafdheid is maar ook over wat het niet is. Van één ding ben ik heel erg overtuigd: als je hoogbegaafde kinderen hebt, zal je dat thema nog moeilijk kunnen loslaten. Het zit in elke cel van je lichaam en het maakt ons tot wie we zijn.
Vanuit mijn opleiding tot orthopedagoog ben ik getraind in het onderzoeken van specifieke noden die kinderen hebben en in hoe we hierop kunnen inspelen (want dat is wat orthopedagogen eigenlijk doen). Voor mij sluit dit naadloos aan bij hoogbegaafdheid. Er bestaan nog zoveel onduidelijkheden over wat hoogbegaafde kinderen nodig hebben en hoe we hieraan tegemoet kunnen komen, zowel thuis als op school. Bovendien is elk kind uniek en vraagt het dus enig maatwerk om de juiste aanpak te vinden. En daar help ik graag bij.
Hoogbegaafde kinderen worden door onze overheid nog steeds niet als een belangrijke doelgroep beschouwd, al worden er de laatste jaren wel stappen in de goede richting gezet (zoals het project van de Ankerscholen en project Talent). Er zijn echter nog steeds heel wat kinderen die moeite hebben om hun plaats te vinden op school, tussen vrienden, in hobby’s enz. Daarom verdienen ook zij onze aandacht zodat ze de kans krijgen om vol zelfvertrouwen op te kunnen groeien en hun talenten te ontwikkelen. En daar hebben ze onze hulp bij nodig zodat ze leren stevig in hun schoenen te staan. Dat is voor mij waar het om draait.
Liefs,
Lies
Ps: Dit artikel werd gepubliceerd door EigenWijs, een praktijk voor begeleiding van (hoog)begaafde kinderen en hun ouders. Regelmatig zullen hier nieuwe artikels verschijnen. Indien je geïnteresseerd bent, houd dan mijn blogpagina of facebookpagina in de gaten. Voor meer informatie over mijn werking, neem een kijkje op mijn homepage of aanbod.
Je vindt EigenWijs ook op:


